woensdag 28 september 2011

- Ingezonden nieuwsbericht - Leuke actie van uitgeverij Signatuur

In november verschijnt bij Uitgeverij Signatuur het boek Fauna van Alissa York exclusief als e-book! U heeft nu al de mogelijkheid dit boek te lezen. Wij zijn namelijk erg benieuwd wat u van het boek vindt. Fauna gaat over dieren en mensen en over de krachtmeting die ontstaat als dier en mens in elkaars gebied binnendringen. Dit hartveroverende verhaal speelt zich af in de jungle van Toronto.
Vindt u het leuk om uw mening te geven over dit verhaal? Wij organiseren nu een speciale actie.
U heeft tot woensdag 5 oktober 2011 de tijd om een zetproef bij ons aan te vragen via laura.hoencamp@awbruna.nl o.v.v. Fauna. Hoort u bij de eerste 30 aanmeldingen? Dan ontvangt u de zetproef. Nadat u het verhaal heeft gelezen ontvangen wij graag uw recensie. Deze moet voor 31 oktober bij ons binnen zijn. Wij plaatsen verschillende recensies op Facebook of op www.uitgeverijsignatuur.nl. Als dank voor uw recensie ontvangt u het e-book van Fauna zodra dit is verschenen.

Het late journaal van Petros Markaris: waarom opnieuw uitgegeven?

De meeste thrillers die in Nederland worden vertaald/uitgegeven spelen zich af in Nederland, Amerika, Groot-Brittannië of Scandinavië. Een Griekse thriller vormt hiernaast een welkome afwisseling. Met een beetje geluk krijgt de lezer naast een spannend verhaal ook een mooie achtergrondschets van de Griekse samenleving. Op het eerste gezicht was het daarom een goed idee van uitgeverij AW Bruna om Het late journaal van Petros Markaris dit jaar voor de tweede keer uit te geven. Deze debuutthriller van Markaris verscheen in 1995 in Griekenland. De eerste uitgave in Nederland was in 2005. Een heruitgave draagt wel een groot risico. De lezer verwacht hoogstaande kwaliteit als een uitgever het aandurft om een ‘ouwetje’ af te stoffen en opnieuw uit te geven. Daarnaast moet het boek moet op z’n minst een tijdloze klassieker zijn om de tand des tijds succesvol te hebben doorstaan.
Markaris schreef Het late journaal begin jaren ’90 in een tijd waarin computers nog nieuwerwetse verschijnselen waren. Mobiele telefoons waren er niet of nauwelijks. De democratie was nog erg pril in Griekenland, na een periode waarin de kolonels aan de macht waren.
Hoofdpersoon in Het late journaal is politiecommissaris Kostas Charitos. In het verhaal komt hij bot, onsympathiek en ongeïnteresseerd over. Hij heeft een slecht huwelijk en maakt met zijn vrouw veel ruzie op een kinderachtige manier. Tegenover zijn collega’s gedraagt hij zich alles behalve collegiaal. Het is moeilijk na te gaan of hij bedoeld is als een levensechte, realistische politieman of als een karakter met uitvergrote eigenschappen.
In Het late journaal denkt Charitos de moord op een jong Albanees stel snel te kunnen oplossen. Een andere Albanees die de pech had in de buurt te zijn, wordt gearresteerd en tot een bekentenis gedwongen. De bedoeling is dat hij vervolgens veroordeeld wordt en dat Charitos hiermee wederom een zaak succesvol heeft afgesloten. Tot ongenoegen van Charitos steekt het net iets anders in elkaar. Televisie journaliste Janna Karajorgi wordt vermoord in een televisie studio vlak voordat ze live in het late journaal zou vertellen over haar ontdekkingen over de moord op het Albanese stel. Karajorgi had ontdekt dat het stel een baby had en dat die verdween rond de moord. Met frisse tegenzin gaan Charitos en zijn collega’s echt op onderzoek uit. Al snel komen ze erachter dat de concurrentie moordend is in televisiekringen en collegialiteit alleen in naam bestaat. De vraag is of dit genoeg aanleiding is voor moord of dat de dader in geheel andere kringen gezocht moet worden.
Het late journaal geeft een interessante inkijk in de Griekse samenleving begin jaren ’90. In het bijzonder in de Griekse misdaad en politie. Het hoge oplossingspercentage van misdrijven is te danken aan de, in Nederlandse ogen, bijzondere technieken van de politie. Vele politieagenten zijn opgeleid tijdens de kolonelsdictatuur en hebben les gehad van militairen in verhoortechnieken. Na een misdrijf wordt de meest voor de hand liggende dader opgepakt. Deze bekent na een paar stevige gesprekken met de politie. Daarna volgt een veroordeling. En klaar maar weer.
Opvallend detail is dat Het late journaal geheel vanuit het perspectief van een local is geschreven. Ondanks dat het boek zich in Athene afspeelt, ontbreekt de toerist. Dit in tegenstelling tot de boeken van bijvoorbeeld Donna Leon over het Venetië van Guido Brunetti, waarin toeristen vaak wel een rol spelen.
Wat niet ontbreekt is de auto. Kostas Charitos verplaatst zich uitsluitend per auto, net als iedere andere inwoner van Athene. In ieder hoofdstuk staat hij wel enige tijd vast in het verkeer of wordt precies vermeld hoe lang hij over bepaalde ritten gedaan heeft.
Alles tegen elkaar afwegende is het onduidelijk waarom AW Bruna dit boek van Petros Markaris nog een keer heeft uitgegeven. De plot is redelijk, afgezien van het einde waarin Markaris het klassieke konijn uit de hoge hoed tovert en het boek afsluit met zo’n verrassing dat het ongeloofwaardig is. Een verhaal heeft iets nodig waardoor de lezer er in gezogen wordt: een sympathieke hoofdpersoon, spanning die van de bladzijden druipt, goede en soepele schrijfstijl etc. Het late journaal heeft geen van deze elementen. De beroerde schrijfstijl valt Markaris wellicht niet aan te rekenen. Het zou kunnen dat het boek slecht vertaald, dan wel geredigeerd is. Zo veel slechtlopende zinnen, taalfouten en stop- en vulwoorden gevonden dat het leesplezier eronder leed.
Het is te hopen dat de latere boeken van Petros Markaris of beter vertaald en geredigeerd worden of dat ze niet uitgegeven worden en andere auteurs een kans krijgen.

vrijdag 16 september 2011

Gevallen van Karin Slaughter: Gemengde gevoelens

Karin Slaughter is een van de best verkochte Amerikaanse thrillerschrijfsters in Nederland. Vorig jaar heeft haar Nederlandse uitgeverij, Cargo, voor haar een eigen imprint opgezet: Slaughterhouse met bijbehorende website. Dit schept hoge verwachtingen voor haar onlangs verschenen boek Gevallen.
Gevallen is het derde en nieuwste deel in de Georgia reeks waarin Will Trent en Faith Mitchell uit de Atlanta-reeks samenwerken met Sara Linton uit de Grant County-reeks.
Faith Mitchell krijgt van haar werkgever, het Georgia Bureau of Investigations veel trainingen aangeboden. Toch is er geen training die haar kan voorbereiden op de verschrikkingen die haar te wachten staan als ze later dan verwacht terugkomt van een computercursus. Haar baby is opgesloten in een schuurtje. Haar moeder, die zou oppassen, is spoorloos verdwenen. Veel bloed in en om het huis. En niet te vergeten een bloederig lijk en na interventie van Faith Mitchell nog twee lijken met wat gaten erin.
Met dit spetterende begin zou een huiveringwekkende rit met de achtbaan, die Gevallen heet, moeten beginnen. Helaas is niets minder waar. In het volgende hoofdstuk wordt de spotlight op Sara Linton gezet. Zij heeft een rampzalige blind date met een arts. Weliswaar met veel humor beschreven maar met zoveel geneuzel erom heen dat het funest is voor de spanning.
De spanning keert pas terug als Will Trent, Faith Mitchell en hun baas Amanda Wagner op jacht gaan naar de Los Texicanos-bende, die achter de ontvoering van Evelyn, Faith Mitchell’s moeder zit. Evelyn nam een aantal jaren geleden ontslag als hoofd van een narcoticabrigade toen bleek dat het team corrupt was en geld achterover drukte. Kan het zijn dat zij daarom ontvoerd is? Of is er toch een andere reden?
Het perspectief in Gevallen wisselt voortdurend tussen Faith, Will, Sara en Evelyn. Enerzijds is het interessant om te lezen hoe de verschillende hoofdpersonen over elkaar denken en is het spannend om een verhaal vanuit meerdere gezichtspunten te kunnen lezen. Aan de andere kant zorgt het voor verwarring en haalt het net iets te vaak de vaart uit het verhaal
Zo zijn er meer aspecten in dit boek met twee kanten. Leuk om tot in detail over de amoureuze spanning tussen Sara en Will te lezen, met ze mee te leven en te hopen dat ze elkaar eindelijk vinden, maar niet bevorderlijk voor de spanning. Hetzelfde geldt voor de trieste jeugd van Will Trent en zijn vreemde, duidelijk beschadigde vrouw Angie.
Kortom een boek dat zich niet eenvoudig laat beoordelen. Vanuit de positieve kant bezien is het een spannend, intrigerend verhaal met veel diepgang en aandacht voor de personages, hun liefdesleven en hun achtergrond. Goed gedoseerde humor. Helaas laat de negatieve kant een boek zien waarbij de spanningsboog geregeld inzakt, als een soufflé op de tocht. Veel verwarring door de abrupte perspectiefwisselingen. Veel geneuzel over liefdeslevens en tragische kinderjaren. De hoge verwachtingen worden niet ingelost.
Desondanks is Gevallen wel een aanrader. Ondanks dat het een van de mindere boeken van Karin Slaughter is, staat het toch garant voor een paar avonden leesplezier. Want ze slaagt er wel in om een geniale plot te schrijven, die aan het einde de lezer verbijsterd achterlaat.

Deze recensie is ook te lezen op www.ezzulia.nl.

zondag 11 september 2011

Voor ik ga slapen van SJ Watson: Fantastisch debuut


Er zijn boeken die je meteen pakken op de eerste bladzijde. De openingsscène is dan zo goed dat die je meteen het boek in sleurt. Voor ik ga slapen heeft zo’n sublieme openingsscène die meteen de toon zet. In het interview met Ezzulia vertelde S.J. Watson dat hij, voordat hij Voor ik ga slapen schreef, een artikel had gelezen over een man met geheugenverlies. Terwijl hij er zijn gedachten over liet gaan, kwam bij hem het beeld binnen van een vrouw die in de spiegel kijkt en schrikt van wat ze ziet. Dit werd het begin van Voor ik ga slapen.
Voor ik ga slapen opent met een scène waarin de hoofdpersoon Christine wakker wordt naast een vreemde man, in een vreemd bed, in een vreemd huis. Als ze naar de badkamer gaat en daar in de spiegel kijkt schrikt ze. Ze ziet een vrouw met kraaienpootjes, iemand die minstens twintig jaar ouder is dan zij. Daarna valt het haar op dat er foto’s hangen met gele plakkertjes waarop Christine en Ben staat geschreven. De vreemde man blijkt haar echtgenoot Ben te zijn die haar vertelt hoe het zit. Ongeveer twintig jaar geleden heeft ze een auto-ongeluk gehad waarbij ze haar geheugen is kwijtgeraakt. Iedere nacht wordt haar geheugen gewist en kan ze zich de volgende dag niets meer herinneren van de vorige dag.
Later die dag belt haar dokter om haar te herinneren aan de afspraak die zij hadden gemaakt voor die dag en om haar te vertellen dat zij haar dagboek in de kledingkast heeft verstopt. Sinds een paar maanden schrijft Christine iedere avond in haar dagboek alles over de afgelopen dag. Ook leest ze terug wat ze eerder heeft geschreven. Door haar dagboek te lezen, realiseert zij zich dat niet iedereen hetzelfde verhaal vertelt. Wie vertelt de waarheid en wie niet? Wie kan ze vertrouwen? Af en toe komen er flarden van haar geheugen langs in de vorm van losse beelden. Langzaam vallen de stukjes van de puzzel op hun plaats en onthullen zij een gruwelijk geheim.
Voor ik ga slapen is een fantastisch debuut. Wat een geweldig boek!
Watson wilde een ‘rustig’ boek schrijven, zonder achtervolgingen en helikopter ongelukken. Het moest zich in een huiselijke, beperkte omgeving afspelen. Voor ik ga slapen is in die zin inderdaad een rustig boek geworden, maar beslist geen saai boek. Het boek is spannend dankzij in plaats van ondanks de beperkte ruimte waarin het verhaal zich afspeelt. Het maakt het boek juist extra beklemmend.
Voor ik ga slapen is vanuit de eerste persoon geschreven. De lezer gaat samen met Christine op ontdekkingstocht naar de waarheid. Wat is er gebeurd en hoe zit het? Watson zorgt ervoor dat de lezer zich goed kan inleven in de gevoelens van Christine. Haar verwarring wordt overtuigend gebracht. Het is natuurlijk ook een hele schok om te ontdekken dat je al eind veertig bent, terwijl je denkt dat je eind twintig bent. Herkenbaar, menig lezer zal zich geregeld ook jonger voelen dan de kalender zegt…Gruwelijker wordt het als blijkt dat Christine niet iedereen om haar heen kan vertrouwen en zij af en toe gewelddadige flashbacks krijgt. Dan wordt Voor ik ga slapen spannend tot op de vierkante centimeter.
Watson laat ziet dat je voor een echte goede pageturner, een boek dat je achter elkaar uit wilt lezen zonder weg te leggen, geen achtervolgingen, bloederige slachtpartijen of gillende sirenes nodig hebt. Een goed geschreven, spannend verhaal met een goede gedegen plot volstaat.
Vijf sterren!














donderdag 1 september 2011

Nicci French vernieuwt zichzelf met Blauwe maandag

Nicci French, de schepster van een nieuw thrillergenre slaat een nieuwe weg in. In 1997 verscheen in Nederland Het geheugenspel, de eerste literaire ofwel psychologische thriller van Nicci French. In de boeken kwamen gewone mensen in ongewone situaties terecht. Nu, veertien jaar later is het tijd voor iets nieuws. Tot opluchting van waarschijnlijk menig lezer, die inmiddels enigszins is uitgekeken op de zoveelste heldin die in de problemen kwam, niet geloofd werd en toch gelijk bleek te hebben.
Om te beginnen is de hoofdpersoon van Blauwe maandag, Frieda Klein, een geheel ander type dan de lezer gewend is. Zij is psychoanalyticus en een tamelijk onconventionele vrouw. Ze loopt graag ’s nachts door Londen als ze niet kan slapen door de onrust in haar hoofd. In haar relaties met mannen heeft ze last van bindingsangst. Ze heeft graag alles onder controle, tot haar frustratie lukt dat niet altijd. Mensen zijn immers onvoorspelbaar, net als hun dromen.
Daarnaast is de plot van Blauwe maandag gecompliceerder en ingenieuzer dan die in eerdere thrillers van het schrijversechtpaar. Meer personages en meer verhaallijnen.
In 1987 wordt een klein meisje op weg naar de snoepwinkel ontvoerd. Een maandenlange speurtocht levert niets op. Het enige resultaat van de ontvoering is dat het huwelijk van haar ouders is gesneuveld. Haar moeder is een nieuw gezin begonnen om niet meer te hoeven denken aan de verdwenen dochter. Haar vader heeft zijn troost in de drank gezocht en haar zus wordt verteerd door schuldgevoel.
Ruim twintig jaar later wordt opnieuw een kind ontvoerd op weg naar de snoepwinkel. Ditmaal een roodharig jongetje met sproeten. Frieda Klein wordt betrokken bij deze verdwijning als haar patient Alan Dekker een paar dagen voor de verdwijning droomt over het hebben van een zoon met rood haar, sproeten en een brede grijns. Na lang aarzelen en lange nachtelijke wandelingen besluit Frieda met dit verhaal naar de politie te stappen. In tegenstelling tot wat ze verwachtte wordt haar verhaal serieus genomen door Karlsson, hoofd van het onderzoek. Voordat Frieda het goed en wel in de gaten heeft, is ze meer betrokken bij het onderzoek dan haar lief is.
Een deel van de ontknoping is helaas iets wat al vaker in thrillers is vertoond en daarmee voorspelbaar. Een goed punt aan het einde is dat niet alles wordt opgelost. Net als in het echte leven blijven wat losse draadjes hangen. Het versterkt de geloofwaardigheid. En er blijft wat over voor een volgend deel.
Nicci French schept ook deze keer levensechte personages, sommige zijn opvallend leuk, kleurrijk en zeker geen standaardtypetjes. Zoals de klusjesman Josef, die boos wordt als mensen hem aan zien voor een Pool terwijl hij uit de Oekraïne komt. Of Reuben de hippie-oprichter van The Warehouse, de instelling voor geestelijke gezondheidszorg  waar Frieda voor werkt. Andere zijn ronduit zielig en triest. Het is moeilijk te bepalen of ze slecht, dom of slachtoffer van de omstandigheden zijn.
De schrijfstijl is als vanouds, vlot en goed. Geen mooischrijverij wel veel mooie, treffende beschrijvingen. Zoals bijvoorbeeld van een aantal buurten in Londen. Al zou het op sommige punten beter zijn als er iets aan de verbeelding zou zijn overgelaten. Met name de uitgebreide persoonsbeschrijvingen en het gruwelijk lot van het jongetje.
Alles bij elkaar genomen valt er ondanks de minpuntjes veel te genieten. Mijn complimenten voor Nicci Gerrard en Sean French, dat ze het aandurfden om zichzelf te vernieuwen en nieuwe wegen zijn ingeslagen. Blauwe maandag is het eerste deel van een achtdelige serie rond Frieda Klein. Kom maar op met deel twee!

maandag 29 augustus 2011

Die zomer van David Baldacci: liefde en ontroering in plaats van moord en doodslag

Het blijft vreemd om van een gevestigde thrillerauteur opeens een roman over de liefde te lezen. De lezer verwacht moord, doodslag en achtervolgingen maar krijgt liefde, tranen en ontroering.
De roman Die zomer van de Amerikaanse thrillerauteur David Baldacci zou, als het een film was, een ‘tearjerker’ en ‘feelgood movie’ van de bovenste plank zijn.
In Die zomer is Jack Armstrong gelukkig getrouwd met Lizzie. Samen hebben ze drie kinderen, Michelle/Mikki van 16, Cory van 12 en Jackie van 2. Hun liefde is oneindig dit in tegenstelling tot hun geluk, want Jack is ongeneeslijk ziek en het is de vraag of hij de Kerst wel haalt. Dan gebeurt wat niemand verwacht had: Lizzie verongelukt vlak voor Kerst terwijl ze boodschappen haalt. Na aandringen van Lizzie’s moeder worden de kinderen verdeeld over de familie. Jack blijft alleen achter, klaar om te sterven. Een wonder geschiedt, want Jack geneest volledig, tot verbazing van iedereen. Jack haalt in het late voorjaar de kinderen op bij de familie. Die zomer brengt Jack door met de kinderen in het huis waar Lizzie opgroeide. Precies zoals Lizzie van plan was geweest na het overlijden van Jack. Die zomer maken vader en dochter (opnieuw) kennis met liefde, afwijzing en verdriet en verwerken ze ieder op hun eigen manier het grote verdriet om het verlies van hun vrouw en moeder.
David Baldacci verdient lof voor de realistische manier waarop hij de personages neerzet. Hij heeft zich goed ingeleefd in Jack, die helemaal opgaat in zijn werk. Jack is alleen maar bezig met het opknappen van het huis en de vuurtoren en heeft geen oog voor de kinderen en hun verdriet. Laat staan dat hij iets kan met zijn eigen verdriet. Hij is er van overtuigd dat hij dood had moeten zijn en niet zijn vrouw. Mikki zet ondertussen de eerste schreden op het pad der liefde. Deze weg gaat niet over rozen, zoals zij al snel genoeg ontdekt.
David Baldacci beschrijft de band tussen vader en dochter prachtig. Hun aanvaringen en ruzies maar ook hoe ze elkaar weer terugvinden en erkennen.
Het verhaal is goed en vlot geschreven, zoals te verwachten valt van een thrillerauteur. Net als de lezer wel denkt te weten hoe het af zal lopen, heeft David Baldacci nog een nare verrassing in petto, die alles op losse schroeven zet. En alle zekerheden wegslaat.
Klein minpunt is dat Die zomer een echt Amerikaans ‘romantic fiction’ boek is. Hier en daar voorspelbare emoties en soms ‘over-the-top’ sentimenteel. Geen boek voor de mannelijke liefhebbers van de Baldacci-thrillers. Wel voor vrouwen die graag geraakt willen worden door een boek.

De verschijning van Agathe Wurth: In essentie een goed verhaal

De verschijning, de nieuwe thriller van Agathe Wurth, speelt zich af in Rotterdam, net als haar vorige twee thrillers, Ongeluk (2005) en Maasmoorden (2007). In een interview zegt ze hierover dat haar woonplaats Rotterdam ‘een leuke plaats is om misdaden te verzinnen’.
Inspecteur Leo Vermeulen is in De verschijning inmiddels getrouwd met Freddy Elsinga, zijn gehandicapte buurvrouw en raadgeefster uit de vorige twee boeken. Zij ontvangt een brief van Anneke, een vriendin die jaren geleden haar huisgenote was. Anneke wist niet beter dan dat haar man Johan dertig jaar geleden bij een vrachtwagenongeluk in Schotland om het leven was gekomen. Totdat zij hem opeens zag in de lift van de Rotterdamse Bijenkorf. Niemand gelooft haar. Ten einde raad schrijft Anneke een brief aan Freddy met de vraag of zij haar wilt helpen. Voordat Freddy contact op kan nemen met haar, wordt Anneke in haar auto van de kade het water ingeduwd. Leo Vermeulen en zijn collega Gerard Sanderse gaan de zaak onderzoeken met Freddy als een van de belangrijkste getuigen. Ze ontdekken al snel dat er indertijd gesjoemeld is met de administratie van het transportbedrijf van Johan en zijn familie. Het lijkt erop dat de kille moeder van Johan hier meer over weet dan ze wilt zeggen. Ondertussen moeten Vermeulen en Sanderse ook de geruchten over een belangrijk drugstransport in de haven onderzoeken. Een grote drugshandelaar, genaamd Rodriquez, zou een zeilrace rond de wereld willen gebruiken om drugs te smokkelen.
De verschijning is een prettig geschreven en spannend verhaal. Geen hoogvlieger maar wel goed voor een paar avonden vermaak. De plot steekt gedegen in elkaar, op een minpunt na. Tegen het einde blijkt de factor toeval te groot voor de geloofwaardigheid van een deel van de ontknoping. Jammer!
De personages komen goed tot leven. Het levensverhaal van Anneke is ontroerend en doet levensecht aan. Het zal je maar gebeuren dat na de dood van je man, je schoonmoeder ervoor zorgt dat je de voogdij en zorg over je zoon verliest. De relatie tussen Leo en Freddy komt goed uit de verf. Ze waren beiden gewend aan een leven alleen en hebben samen een modus gevonden waarin ze samen kunnen wonen.
Leuk, die speciale aandacht die Agathe Wurth besteedt aan het eten van de hoofdpersonen. Er zijn maar weinig thrillers waarin zo uitgebreid verteld wordt wat de personages eten en drinken. Op de website van Agathe Wurth zijn de recepten te vinden van gerechten uit haar vorige boeken.
Het boek verdient overigens een betere redactie: ‘nagelveiltje’ in plaats van ‘nagelvijltje’ en redelijk wat zinnen die net niet lekker liepen. Ook zou het boek enorm opknappen van ‘show, don’t tell’. Nu worden scènes vaak net iets te lang uitgesponnen. Dit zorgt voor ruis en geneuzel in het boek en ergernis bij de lezer.
Desondanks is het te hopen dat Agathe Wurth de lezer niet weer vier jaar laat wachten op een volgend boek over Freddy, Leo en Gerard. In essentie is De verschijning een goed verhaal, de uitwerking had echter beter gekund.


Stille getuigen: voor iedereen die meer wilt weten over het NFI

In tv-programma’s zoals CSI is wekelijks te zien hoe slimme laboranten de meest ingewikkelde moordzaken oplossen. Dankzij die ene achtergelaten vingerafdruk, haar of vezel weten zij de moordenaar te vinden in de grote online database. Medewerkers van het Nederlands Forensisch Instituut weten dat forensisch onderzoek in het ‘echt’ vaak anders verloopt. Het boek Stille getuigen licht een tipje van de sluier op.
Vijfentwintig Nederlandse thrillerauteurs mochten meelopen met vijfentwintig forensisch onderzoekers in evenzoveel disciplines. Vervolgens schreven de auteurs een spannend verhaal over hun ervaring. Een pittige uitdaging, want het verhaal moest niet alleen spannend en verrassend zijn, compleet met twist op het einde, maar ook moest de onderzochte forensische techniek centraal staan. Gelukkig slagen vrijwel alle thrillerauteurs hierin.
De verhalen in Stille getuigen zijn min of meer van gelijk kaliber. Allen goedgeschreven en spannend. De NFI expertise is er netjes in verwerkt. De meeste verhalen hebben een verrassend einde of iets dat daar voor door moet gaan.
Bij sommige auteurs zou het niet nodig geweest zijn hun naam te vermelden bij het verhaal. Hun stijl is zo herkenbaar. Zo weet Tomas Ross in slechts een paar bladzijden een complete complottheorie neer te zetten, zoals we dat van hem gewend zijn in zijn boeken.
Een paar verhalen vallen op en blijven wat langer bij de lezer hangen. De verrassende twist in Eight days a week van Nicolet Steemers laat de lezer achter met een wrang gevoel. Klasse! Judith Visser speelt in Een goede buur met een dubbele persoonlijkheid. Het verhaal zou het in uitgebreide vorm ook goed doen als thriller. Bericht van Dick van den Heuvel is vooral een droevig verhaal over de gevolgen van een ruzie, losjes gebaseerd op de actualiteit.
Compleet buiten de gebaande paden gaat het verhaal van Peter de Zwaan. Hoofdpersoon is Rudy die in de ‘autoschade’ zit en een verkeerd pilletje heeft geslikt. Hij gaat tamelijk hardhandig op zoek naar de degene die hem het pilletje heeft gegeven en de fabrikant ervan. De ergernis van Rudy Weustink is een onconventioneel, grof verhaal mét humor. Het is te hopen dat Rudy Weustink terugkomt in een volgende thriller van Peter de Zwaan. Deze kleurrijke kleine crimineel verdient het.
Stille getuigen is voor iedereen die meer wilt weten over forensisch onderzoek in Nederland en tegelijkertijd wilt genieten van een spannend verhaal.














zaterdag 13 augustus 2011

Mijn straat is geel van Lizette Dalebout: (Over)leven in Shanghai

Hans Dalebout, man van auteur Lizette Dalebout, kreeg in 2004 het aanbod om samen met een Chinese zakenpartner een bedrijf op te zetten in Shanghai. Het plan was dat ze met de kinderen hooguit een jaar zouden blijven totdat de fabriek goed zou draaien. Nu, in 2011, wonen ze nog steeds in Shanghai, al was er even sprake van dat het gezin zou verhuizen naar Achmedabad in India.

In Mijn straat is geel geeft Lizette Dalebout een boeiend verslag van het dagelijks (over)leven van een Nederlands expatgezin. Het was niet haar keuze om in Shanghai te wonen, desondanks probeert ze er het beste van te maken voor zichzelf en haar kinderen. Ze leert Mandarijn, regelt een ‘fixer’. In dit geval Lingyi, een jonge Chinese vrouw die haar tolk is voor zowel taal als cultuur. Bij toeval ontdekt Dalebout Yue-Sai Kan, een beroemde Chinese vrouw met eigen make-up merk en tv-show. Al snel krijgt ze het idee een soort Chinese Oprah-magazine of LINDA te maken rond deze intrigerende vrouw. Lizette Dalebout weet haar inspanningen op een geweldige, hier en daar humoristische manier te beschrijven.

Lizette Dalebout wil haar kinderen graag een stabiele achtergrond geven. Iets wat niet eenvoudig is in wereldstad Shanghai. Bovendien gaan de kinderen naar een internationale school met kinderen uit vele culturen. Haar dochter leert niets op haar eerste school en is er ongelukkig. Lizette Dalebout zoekt onvermoeibaar naar een betere school voor haar.

Mijn straat is geel blinkt uit in de scherpe observaties over de Chinese volksaard. In een eigenzinnige stijl met veel korte constaterende zinnetjes beschrijft ze het gedrag van de Chinezen in Shanghai en de manier waarop zij en andere buitenlanders er op reageren. Overbodig te zeggen dat dit vaak met verbazing en verbijstering is. In Shanghai wonen veel Chinezen met ambitie en sterke handelsgeest. Loyaliteit naar anderen is hen vreemd. Ze gaan 100% voor zichzelf. Hans Dalebout ontdekt op een dag dat zijn fantastische secretaresse na jaren goede inzet, geld van het bedrijf verduisterd heeft om zelf een bedrijf op te zetten. Nadat hij haar ontslagen heeft, wil ze hem een voorstel doen voor een zakelijke samenwerking.

Het lijkt alsof Mijn straat is geel een verzameling columns is. Het verhaal is niet gestroomlijnd, springt van de hak op de tak. Vreemd genoeg is het niet storend. Het past goed bij een verslag van het leven in een land waar dingen opeens veranderen.

Bovenstaande recensie is gepubliceerd in BOEK juli/augustus 2011

donderdag 14 juli 2011

Boetedagen van Michael Gregorio: geen standaard historische thriller

De historische thriller Boetedagen van Michael Gregorio gaat in vele opzichten buiten de gebaande paden en wijkt daarmee af van de standaard historische thriller. En dat is een prettige verademing.
Vele historische thrillers spelen zich af in het zonnige Frankrijk of Italië, bij voorkeur in de middeleeuwen of de Renaissance. Vaak iets met religie, geheimzinnige genootschappen en koningen of edellieden. De historisch geschoolde lezer vindt regelmatig een anachronisme, vaak in taalgebruik, gedrag of voedsel.
Niets van dit alles in Boetedagen van Michael Gregorio. Het decor van deze historische thriller is, het door de Fransen bezette, Pruisen in het extreem koude najaar van 1807. Hoofdpersoon is procureur Hanno Stiffeniis. Net als in Kritiek van de criminele rede, het vorige boek van Gregorio, speelt het werk van Immanuel Kant een belangrijke rol. Boetedagen begint met een ongemakkelijke conversatie over Kant tussen Hanno Stiffeniis en de Franse kolonel Lavedrine tijdens het jaarlijkse diner-dansant bij graaf Dittersdorf in Lotingen. Stiffeniis heeft het een en ander te verbergen over zijn samenwerking met Kant terwijl Lavedrine enthousiast zijn kennis etaleert. Later die nacht wordt Stiffeniis ruw uit zijn bed gehaald. Er zijn drie vermoorde kinderen gevonden. Hun moeder is spoorloos verdwenen, hun vader is als majoor gestationeerd in Kamenetz. Lavedrine en Stiffeniis krijgen opdracht om samen de moorden op te lossen. Een heikele onderneming voor Stiffeniis want hij moet samenwerken met de Franse bezetters, opletten dat er niet een nieuwe pogrom tegen de joden begint en ervoor zorgen dat zijn geheimen niet onthuld worden. Intussen maakt hij zich ook nog zorgen om de gezondheid en veiligheid van zijn vrouw en kinderen.
Gregorio brengt door de ogen van Stiffeniis de verschillen tussen de twee mannen goed in beeld. Lavedrine gaat uit van zijn waarneming. Het antwoord op de moorden moet volgens hem liggen in het huis en wat daar te zien is. Dit in tegenstelling tot Stiffeniis: hij gaat op zoek naar het motief. Hij gelooft dat de moordenaar gevonden kan worden door te begrijpen waarom de moorden gepleegd zijn.
Boetedagen laat zich lezen als een thriller over de begindagen van het systematische moordonderzoek. Het onderzoek, waarbij de heren zich soms laten (mis)leiden door vooroordelen, wordt geloofwaardig neergezet.
De stijl waarin Boetedagen is geschreven is opvallend. Geen moderne uitdrukkingen en manier van spreken maar ouderwetse en plechtige taal. Ongeveer zoals je je voorstelt dat mensen in die tijd spraken. Hetzelfde geldt voor de manier waarop Stiffeniis met zijn vrouw omgaat. Hij ziet zichzelf als de pater familias en zijn vrouw als een teer wezen dat beschermd dient te worden en niet goed voor zichzelf kan zorgen. Niet van deze tijd, maar wel geloofwaardig voor begin 19e eeuw.
Ook het ik-perspectief van Boetedagen doet authentiek aan. De meeste romans werden begin 19e eeuw geschreven of vanuit het ik-perspectief of vanuit de alwetende verteller.
Alles bij elkaar ademt het gehele boek in alle opzichten consequent de sfeer uit van de 19e eeuw. Knap werk!
Helaas heeft dit wel gevolgen voor de spanning. Een 21e eeuwse lezer verwacht iets meer snelheid en iets minder filosofische uitweidingen, hoe interessant die ook zijn. Desondanks is Boetedagen een prachtige historische thriller voor de lezer die eens wat anders wilt lezen.