Posts tonen met het label nederlandstalige non-fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nederlandstalige non-fictie. Alle posts tonen

zaterdag 22 februari 2014

Seriemoordenaars in Nederland van Schippers & Jans: inspiratiebron voor thrillerschrijvers

Seriemoordenaars in Nederland is een non-fictieboek waarin het journalistenduo Ralph Schippers & Hieke Jans alle nu bekende seriemoordenaars in Nederland op een rijtje zetten. Allereerst geven ze de definitie van een seriemoordenaar, vervolgens beschrijven ze systematisch van iedere seriemoordenaar de levensloop;  de moorden die hij of zij heeft gepleegd of waarvan hij of zij verdacht wordt; onder welke omstandigheden die gepleegd zijn; de straffen die de verdachte seriemoordenaar al dan niet heeft gekregen voor zijn daden. Het levert een boek vol feitelijke opsommingen op. Saai om te lezen tenzij je als lezer ‘het verhaal’ tussen de feiten door kan zien. Dan gaat de fantasie aan de slag en is in ieder verhaal wel een thriller te lezen, hoe bizar dit ook klinkt.
Schippers & Jans hadden vanzelfsprekend geen keuze. Ze moesten zich wel aan de feiten houden en konden geen vermoedens, dan wel speculaties toevoegen om de verhalen ‘smeuïger’ te maken, omdat een deel van de beschreven personen nog in leven is en vanwege eventuele juridische gevolgen.

De laatste dossiers die over moorden uit vorige eeuwen gaan, zijn het meest interessant om te lezen. Deels komt het door de prachtige citaten uit de oorspronkelijke rechtbankdossiers en deels omdat die hoofdstukken beter geschreven lijken te zijn.
Nederlandse thrillerschrijvers die een goede slechterik zoeken voor hun nieuwe thriller zullen in Seriemoordenaars in Nederland een goede inspiratiebron vinden. Genoeg ´enge´ mannen en vrouwen om uit te kiezen!

dinsdag 11 december 2012

Eet mij van Asha ten Broeke en Ronald Veldhuizen: geeft nieuwe inzichten over eten

Mensen die te dik zijn, hebben dat helemaal aan zichzelf te danken. Hadden ze maar niet zo veel moeten eten en wat meer moeten sporten. Het zou goed voor hun gezondheid zijn als ze flink zouden afvallen. Een lager gewicht kunnen ze bereiken door simpelweg meer te sporten en minder te eten.
In het boek Eet mij ontkrachten Asha ten Broeke en Ronald Veldhuizen bovenstaande mythe. Het blijkt anders in elkaar te steken. Deze psycholoog en bioloog laten zien dat dik zijn niet alleen af hangt van de hoeveelheid calorieën die iemand binnenkrijgt en verbrand. Er is daarnaast een verband met een aantal erfelijke genen die bepaalt of iemand dik is of niet, het gehalte van het hormoon ghreline in iemands bloed, de sociaal-economische status en niet te vergeten de weerstand die iemand kan bieden aan de verleidingen in de supermarkt.
Het blijkt ook een fabeltje te zijn dat mensen die na een maaltijd verzadigd zijn dat aan hun maag kunnen merken. Ten Broeke en Veldhuizen tonen aan dat het gevoel verzadigd te zijn tussen de oren zit. Een onderzoek dat ze hierbij noemen, zou wrange humor genoemd kunnen worden. Twee groepen proefpersonen krijgen dezelfde milkshake te drinken. Tegen de ene groep was gezegd dat het een vetarme light milkshake betreft, terwijl de andere groep te horen had gekregen dat de milkshake vol en romig zou zijn. Na het drinken van de milkshake deden de proefpersonen een koekjessmaaktest. Zij waren in de veronderstelling dat dat het doel was waarvoor ze naar het lab waren gekomen. Bij de smaaktest mochten de deelnemers zoveel koekjes eten als dat zij nodig vonden. Het bleek dat de proefpersonen die dachten een volle en romige milkshake te hebben gedronken, beduidend minder koekjes aten dan de andere proefpersonen. Zij dachten al helemaal verzadigd te zijn van de milkshake.
Het gedegen betoog van Eet mij wordt goed onderbouwd met wetenschappelijke onderzoeken. Aan het einde van ieder hoofdstuk is een notenlijst opgenomen met daarin meer achtergrondinformatie over de betreffende onderzoeken.
Eet mij geeft de lezer nieuwe inzichten over (te veel) eten, verzadiging, de (on)zin van diëten, hoe mensen denken over voeding en de kwalijke rol van de levensmiddelenfabrikanten en supermarkten. Vooral dit laatste punt zal de lezer shockeren.
Tot 1995 bevond het BMI van een gezonde man zich tussen de 18 en de 27,5. Uit statistieken bleek dat een BMI tussen deze waarden het minste risico voor de gezondheid en op hart- en vaatziekten gaven. Onderzoeken op dit gebied bevinden zich vaak in een schemergebied tussen wetenschap, commercie en overheid, met als gevolg dat vanaf 1995 BMI tussen 18 en 25 gezond werd bevonden. In een klap hadden tientallen miljoenen mensen in de gehele wereld last van overgewicht en vormde zij een enorme potentiële markt voor de farmaceutische industrie en fabrikanten van dieetproducten.
Al een paar jaar pleiten Europese onderzoekers voor een stoplichtsysteem op levensmiddelen in de supermarkt. Groene stickers op gezonde producten zoals groenten, fruit, magere zuivel, volkoren producten etc., gele op de ‘mag af en toe’ dingen en rode op levensmiddelen met veel slechte en dikmakende ingrediënten. Deze doeltreffende oplossing voor overgewicht als gevolg van onkunde over dikmakend voedsel werd geblokkeerd door een machtige, rijke lobby van voedselmultinationals. Momenteel zijn in Nederlandse supermarkten alle levensmiddelen voorzien van een Ik kies bewust logo. Dit is verwarrend voor de consument, want als het logo op een zak diepvriespatat staat dan is dezelfde consument geneigd te denken dat die patat wel gezond is in tegenstelling tot de andere zakken patat van andere merken. Het logo geeft echter aan dat binnen de productgroep dit merk de beste keuze is op het gebied van suiker, vet en zout. Het echte gezonde alternatief is echter volkoren rijst of gekookte aardappel.
De grote waarde van Eet mij bevindt zich in de enorme hoeveelheid feiten over eten die Ten Broeke en Veldhuizen hebben verzameld, geanalyseerd, geordend en uitermate prettig leesbaar hebben opgeschreven. Daarnaast is het goed en overtuigend dat ze hun persoonlijke houding ten opzichte van voedsel hebben gedeeld met de lezer. Voor velen die worstelen met overgewicht is immers niets zo intiem als aan iemand anders vertellen wat er zo al gegeten en bewogen wordt op een dag.
Kortom Eet mij is een must-read voor iedereen die van plan is de komende maanden te gaan lijnen of dit heeft geprobeerd de afgelopen jaren. Lees eerst dit boek!


En een aanrader voor degenen die geïnteresseerd zijn in de psychologie van het eten en een antwoord willen op de vraag waarom zoveel mensen in deze tijd last hebben van hardnekkig overgewicht.

zaterdag 13 augustus 2011

Mijn straat is geel van Lizette Dalebout: (Over)leven in Shanghai

Hans Dalebout, man van auteur Lizette Dalebout, kreeg in 2004 het aanbod om samen met een Chinese zakenpartner een bedrijf op te zetten in Shanghai. Het plan was dat ze met de kinderen hooguit een jaar zouden blijven totdat de fabriek goed zou draaien. Nu, in 2011, wonen ze nog steeds in Shanghai, al was er even sprake van dat het gezin zou verhuizen naar Achmedabad in India.

In Mijn straat is geel geeft Lizette Dalebout een boeiend verslag van het dagelijks (over)leven van een Nederlands expatgezin. Het was niet haar keuze om in Shanghai te wonen, desondanks probeert ze er het beste van te maken voor zichzelf en haar kinderen. Ze leert Mandarijn, regelt een ‘fixer’. In dit geval Lingyi, een jonge Chinese vrouw die haar tolk is voor zowel taal als cultuur. Bij toeval ontdekt Dalebout Yue-Sai Kan, een beroemde Chinese vrouw met eigen make-up merk en tv-show. Al snel krijgt ze het idee een soort Chinese Oprah-magazine of LINDA te maken rond deze intrigerende vrouw. Lizette Dalebout weet haar inspanningen op een geweldige, hier en daar humoristische manier te beschrijven.

Lizette Dalebout wil haar kinderen graag een stabiele achtergrond geven. Iets wat niet eenvoudig is in wereldstad Shanghai. Bovendien gaan de kinderen naar een internationale school met kinderen uit vele culturen. Haar dochter leert niets op haar eerste school en is er ongelukkig. Lizette Dalebout zoekt onvermoeibaar naar een betere school voor haar.

Mijn straat is geel blinkt uit in de scherpe observaties over de Chinese volksaard. In een eigenzinnige stijl met veel korte constaterende zinnetjes beschrijft ze het gedrag van de Chinezen in Shanghai en de manier waarop zij en andere buitenlanders er op reageren. Overbodig te zeggen dat dit vaak met verbazing en verbijstering is. In Shanghai wonen veel Chinezen met ambitie en sterke handelsgeest. Loyaliteit naar anderen is hen vreemd. Ze gaan 100% voor zichzelf. Hans Dalebout ontdekt op een dag dat zijn fantastische secretaresse na jaren goede inzet, geld van het bedrijf verduisterd heeft om zelf een bedrijf op te zetten. Nadat hij haar ontslagen heeft, wil ze hem een voorstel doen voor een zakelijke samenwerking.

Het lijkt alsof Mijn straat is geel een verzameling columns is. Het verhaal is niet gestroomlijnd, springt van de hak op de tak. Vreemd genoeg is het niet storend. Het past goed bij een verslag van het leven in een land waar dingen opeens veranderen.

Bovenstaande recensie is gepubliceerd in BOEK juli/augustus 2011

dinsdag 1 juni 2010

Het babyhuis: een informatief en aangrijpend verhaal

In het babyhuis Prinses Margriet in Groningen werden tussen februari 1945 en augustus 1945 dertien baby's uit Amsterdam opgevangen en verzorgd door vier jonge vrouwen uit Groningen. Tijdens het maken van een documentaire over het dagelijks leven in de Tweede Wereldoorlog kreeg programmamaakster en schrijfster Liefke Knol een fotoalbum over het babyhuis. Zij werd nieuwsgierig naar de verhalen achter de foto's en sprak hierover met Sieneke Botjes, de inmiddels 89-jarige oprichtster van het babyhuis. Van haar kreeg ze een map met brieven die de ouders schreven toen hun kinderen in het babyhuis verbleven. Liefke Knol slaagde erin om alle kinderen van toen of hun nabestaanden terug te vinden en schreef hun herinneringen op. De brieven lieten niemand onberoerd. Voor sommigen was het de enige liefdesuiting die ze ooit kregen van hun ouders.
In eerste instantie lijkt Het babyhuis het zoveelste boek over de verschrikkingen van de Hongerwinter en de Tweede Wereldoorlog. Toch is dit boek anders. Liefke Knol laat de betrokkenen in hun waarde en schreef hun verhalen met veel liefde en warmte op.
Niet alleen de Hongerwinter en de Bevrijding komen aan bod maar juist ook de jaren erna. Evenals de impact die de Tweede Wereldoorlog had op de betrokken gezinnen. Het ruime half jaar dat de baby's in een vreemde omgeving waren heeft veel gevolgen gehad voor de relatie van de kinderen met de ouders en het huwelijk van de ouders. Knol plaatst de geschiedenis van het babyhuis in een breder kader door een Fins onderzoek op te nemen over hechting bij kinderen die langere tijd van hun ouders gescheiden waren geweest.
Goed om ieder kind een eigen hoofdstuk te geven. Zo worden de verschillen, maar vooral de opvallende overeenkomsten duidelijk. De meeste baby's zouden de Hongerwinter niet overleefd hebben als ze niet naar het babyhuis waren gegaan. Vrijwel alle gezinnen waren groot en al voor de oorlog aan armoede en honger gewend. Veel ouders zijn na de oorlog nooit meer de oude geworden, evenals de huwelijken. Het motto van iedereen was: niet omkijken maar doorgaan.
Het Babyhuis is een aangrijpend en informatief boek. Het is een goede aanvulling op de reeds bestaande boeken over de Hongerwinter, vanwege de nadruk op de gevolgen van een oorlog op kinderen en hun ouders.