Posts tonen met het label Artemis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Artemis. Alle posts tonen

donderdag 10 april 2014

De belofte van Odessa van Natacha de Rosnay: strijd tussen gevoel en verstand

De ontstaansgeschiedenis van De belofte van Odessa is opmerkelijk. Aan het einde van haar leven, vraagt de Russische Zinaïda aan haar achterkleinkind Natacha Koltchine haar levensverhaal op te schrijven. Natacha’s kleindochter, de Franse schrijfster Tatiana de Rosnay zorgde er voor dat het boek werd uitgegeven.
De belofte van Odessa is zowel de biografie van Zinaïda als een geschiedenis van Rusland tussen 1864-1922. Het verhaal begint als de veertienjarige Zinaïda samen met haar oudere zus naar een internaat in Smolny vertrekt om te worden klaargestoomd voor een leven in adellijke kringen. Tijdens een feest ontmoet ze haar grote liefde, Alexej. Ondanks dat hij haar liefde beantwoordt, trouwt hij met een ander. Teleurgesteld komt Zina terecht bij revolutionairen, die streven naar een nieuwe wereldorde zonder tsaar en adel. Het is niet haar wereld. Ze voelt zich ook niet thuis bij de adel waar alles draait om pracht en praal. Uiteindelijk trouwt ze met een intellectueel voor wie ze enkel genegenheid voelt. Passie voelt ze voor Alexej en voor kunst en literatuur.
De belofte van Odessa vertelt op meesterlijke wijze een bijzonder verhaal. Zina kan haar voortdurende strijd tussen gevoel en verstand prachtig verwoorden. Tegelijkertijd wordt een goed tijdsbeeld geschetst van adellijke kringen in Rusland aan de vooravond van de revolutie. Onwetend van het gruwelijk lot dat hen te wachten staat, dansen zij op de vulkaan, net zoals de Franse adel honderd jaar eerder.
De belofte van Odessa belooft liefhebbers van Russische geschiedenis en van Russische literatuur een groots, klein verhaal.
Deze recensie werd gepubliceerd in BOEK, nr. 1, jaargang 12, maart/april 2014.

dinsdag 1 juni 2010

Het babyhuis: een informatief en aangrijpend verhaal

In het babyhuis Prinses Margriet in Groningen werden tussen februari 1945 en augustus 1945 dertien baby's uit Amsterdam opgevangen en verzorgd door vier jonge vrouwen uit Groningen. Tijdens het maken van een documentaire over het dagelijks leven in de Tweede Wereldoorlog kreeg programmamaakster en schrijfster Liefke Knol een fotoalbum over het babyhuis. Zij werd nieuwsgierig naar de verhalen achter de foto's en sprak hierover met Sieneke Botjes, de inmiddels 89-jarige oprichtster van het babyhuis. Van haar kreeg ze een map met brieven die de ouders schreven toen hun kinderen in het babyhuis verbleven. Liefke Knol slaagde erin om alle kinderen van toen of hun nabestaanden terug te vinden en schreef hun herinneringen op. De brieven lieten niemand onberoerd. Voor sommigen was het de enige liefdesuiting die ze ooit kregen van hun ouders.
In eerste instantie lijkt Het babyhuis het zoveelste boek over de verschrikkingen van de Hongerwinter en de Tweede Wereldoorlog. Toch is dit boek anders. Liefke Knol laat de betrokkenen in hun waarde en schreef hun verhalen met veel liefde en warmte op.
Niet alleen de Hongerwinter en de Bevrijding komen aan bod maar juist ook de jaren erna. Evenals de impact die de Tweede Wereldoorlog had op de betrokken gezinnen. Het ruime half jaar dat de baby's in een vreemde omgeving waren heeft veel gevolgen gehad voor de relatie van de kinderen met de ouders en het huwelijk van de ouders. Knol plaatst de geschiedenis van het babyhuis in een breder kader door een Fins onderzoek op te nemen over hechting bij kinderen die langere tijd van hun ouders gescheiden waren geweest.
Goed om ieder kind een eigen hoofdstuk te geven. Zo worden de verschillen, maar vooral de opvallende overeenkomsten duidelijk. De meeste baby's zouden de Hongerwinter niet overleefd hebben als ze niet naar het babyhuis waren gegaan. Vrijwel alle gezinnen waren groot en al voor de oorlog aan armoede en honger gewend. Veel ouders zijn na de oorlog nooit meer de oude geworden, evenals de huwelijken. Het motto van iedereen was: niet omkijken maar doorgaan.
Het Babyhuis is een aangrijpend en informatief boek. Het is een goede aanvulling op de reeds bestaande boeken over de Hongerwinter, vanwege de nadruk op de gevolgen van een oorlog op kinderen en hun ouders.