dinsdag 5 april 2011

Volwassen van Sophie Fontanel: ontroerend en herkenbaar

Volwassen is een verzameling beschouwingen die de Franse Sophie Fontanel over haar moeder, zichzelf en de band tussen moeders en dochters schreef. Het is een boek over de rollen van ouders en kinderen die omgedraaid worden, en de (h)erkenning en aanvaarding hiervan bij beide partijen. Ouders zorgen voor hun kinderen zolang ze jong zijn, maar op een gegeven moment keren de rollen zich om. Dan zijn de ouders hulpbehoevend en nemen de kinderen de zorg over.

In Volwassen heeft de moeder een taai gestel. Ze valt voortdurend, wordt vervolgens in een verpleeghuis opgelapt en keert weer terug naar haar huis. De dochter regelt eerst alleen de thuiszorg en aanverwante zaken. Later neemt ze een groeiend deel van de zorg voor haar moeder op zich. De moeder wil niet lastig zijn en haar dochter haar eigen leven met drukke baan laten leiden. Toch lijkt ze het fijn te vinden als de dochter vaak komt en bij haar is.


Sommige anekdotes en gebeurtenissen worden meer dan eens verteld, maar dan steeds vanuit een ander perspectief beschouwd. Als een rode draad door het boek lopen de veranderende gevoelens van de dochter over de omkering van de rollen van verzorgde en verzorger. In eerste instantie heeft ze moeite met het aanvaarden van de werkelijkheid. Uiteindelijk geniet ze van de momenten die ze nog heeft met haar moeder. In de laatste verhalen vindt ze een soort berusting in de situatie. Het is goed zo.


Volwassen is een ontroerend, herkenbaar en mooi geschreven boek. Op de compositie valt wel het een en ander aan te merken. De hoofdstukken hangen als los zand aan elkaar. De sprongen in de tijd, heen en terug, zorgen regelmatig voor verwarring. De herhalingen in de verhalen zijn soms ronduit storend. Toch weet Sophie Fontanel prachtig de liefde te verwoorden tussen een volwassen dochter en een bejaarde moeder, ieder gevormd door hun eigen tijd en opvoeding. Dat maakt Volwassen tot een goed boek.



Deze recensie is ook te lezen in BOEK, maart/april 2011.

Over en uit van James Patrick Hunt: ontspannen vermaak

De plot in veel thrillers is te herleiden tot één kernvraag. Wie heeft het gedaan? Waarom is de moord gepleegd? In Over en uit is de hoofdvraag: zijn ze op tijd?

Na afloop van een chic feestje wordt wannabe Tom Meyer in koelen bloede dood geschoten. Zijn rijke vriendin Cordelia Penmark wordt ontvoerd en is spoorloos. Politie-luitenant George Hastings is belast met het onderzoek naar de moord en de ontvoering. Tot zijn grote frustratie doet de FBI ook mee, omdat het een ontvoering betreft. In het verleden heeft Hastings een akkefietje gehad met de FBI. Het is niet duidelijk wie de ontvoerders zijn en waarom juist Cordelia Penmark is ontvoerd. Dan nemen ze contact op, eisen losgeld en dreigen Cordelia te doden. Het is het begin van een spannende race tegen de klok. Zijn Hastings en de FBI-agenten op tijd om haar leven te redden?


George Hastings is een clichématige politieman:gescheiden met kind, een slechte relatie met de moeder van het kind en een nieuwe, halfslachtige verhouding. Het valt mee dat hij niet aan de drank is. De ontvoerders komen verrassend beter uit de verf. Geleidelijk aan laat Hunt zien wie de slechterik is en wie de meelopers zijn. Ook weet hij een stereotiepe, tweede vrouw van een rijke man vilein neer te zetten. Hunt schetst het complete plaatje, inclusief sluwe domheid en fixatie op uiterlijkheden.


Over en uit biedt een spannend verhaal en de plot is goed opgezet. De wisselingen van perspectief verhogen de spanning aanzienlijk. Het is jammer dat Hunt het principe show, don’t tell iets minder beheerst. Er gaat veel vaart uit het verhaal, doordat hij alles te veel tot in het detail beschrijft. Van de omgeving, een autorit en de handelingen van de bestuurder tijdens de rit, tot het uiterlijk en karakter van de personages.


Over en uit is geen hoogvlieger, maar wel goed voor een paar avonden ontspannen vermaak.



Deze recensie is ook te lezen in BOEK, maart/april 2011.

De man van Manhattan van Danielle Hermans: een ge(s)laagde historische thriller

Zo’n 400 jaar geleden had Nederland een kleine kolonie, Nieuw-Amsterdam, gelegen op het huidige eiland Manhattan. Peter Stuyvesant was er door de West-Indische Compagnie aangesteld als gouverneur om, indien nodig, met harde hand de orde te bewaren en het fort te bewaken tegen indringers. Het archief over deze periode bevat duizenden documenten, die de historicus Donald Christie in nauwgezet vertaalt. De journaliste Kes van Buren krijgt de De man van Manhattan opdracht een artikel over hem en zijn levenswerk te schrijven. De opdracht wordt spannender dan ze dacht, als blijkt dat een van de documenten geheime informatie bevat. Bepaalde brieven van Peter Stuyvesant kunnen de verhoudingen tussen Nederland en de Verenigde Staten op scherp zetten. Zowel in Nederland als in Amerika zijn lieden met een dubieuze agenda op jacht naar de brieven. Donald Christie is zijn leven niet langer zeker. De man van Manhattan heeft een ingenieuze plot en kent veel perspectiefwisselingen. De vele personages die het verhaal vertellen, lijken in eerste instantie voor verwarring te zorgen. Maar ze laten vervolgens de spanning tot ongekende hoogte stijgen. Het is een kunstig opgebouwd boek met voor een thriller verrassend veel lagen. Allereerst de whodunnit-en whereisit-vragen die beantwoord moeten worden. Vervolgens is daar de interessante geschiedenis van Nieuw Amsterdam en Peter Stuyvesant. Bovendien speelt het verhaal zich af tegen het decor van een Nederland waarin de populisten aan de macht zijn. Het aanzien van Nederland is in De man van Manhattan in het buitenland nog nooit zo slecht geweest. Hermans schetst hiermee een uitermate beklemmend, geloofwaardig ‘wat als’-beeld. De meeste personages komen goed uit de verf, zijn overtuigend en levensecht. Donald Christie blijft helaas wat vlak en eendimensionaal. Dankzijde vlotte pen van Hermans is De man van Manhattan een echte pageturner en een ge(s)laagde historische thriller. Kortom, een boek dat zich niet makkelijk laat wegleggen. Deze recensie is ook te lezen in BOEK, maart/april 2011.

Waan en werkelijkheid lopen door elkaar in De dwaaltuin van Adam Foulds

In het negentiende-eeuwse Engeland heeft de arts Matthew Allen het beste voor met de psychiatrische patïenten in zijn inrichting. Hij pleit voor een menswaardige behandeling. Zo mogen de lichtere gevallen vrij rondlopen over het uitgestrekte terrein. Een unicum in die tijd. Allen woont met zijn gezin op het terrein van de inrichting. Niet geheel zoals zijn tweede dochter Hannah het zich wenst. Zij ziet het sluiten van een huwelijk als de manier om weg te komen. Dichter Alfred Tennyson, die er tijdelijk als gast verblijft omdat zijn broer psychiatrisch patiënt is, ziet zij als de perfecte huwelijkskandidaat.

De roman wordt bevolkt door bijzondere patiënten. Margaret ziet overal God en Jezus in. John Clare, een voormalige dichter, lijkt heel gewoon. Hij mist zijn vrouw. Omdat het zo goed met hem gaat, mag hij overdag van het terrein af. Gaandeweg ontspoort hij steeds meer. Zijn vrouw blijkt een jonge jeugdliefde te zijn die al jaren dood is en hij denkt dat hij Jack Randall de bokser is. Niet alleen John Clare ontspoort. Allen verwaarloost meer en meer de inrichting, omdat al zijn aandacht gaat naar het ontwerpen van een houtbewerkmachine. De machine is een kostbare investering waarvoor veel investeerders nodig zijn.


Adam Foulds is tevens dichter en dat is te merken. De dwaaltuin is een mooi geschreven boek. Een klein subtiel verhaal met groot leed, verborgen achter kunstige zinnen. Nergens gekunsteld. Er blijft veel onuitgesproken over voor de verbeelding van de lezer. De dialogen doen overtuigend negentiende-eeuws aan. Waan en werkelijkheid lopen door elkaar in De dwaaltuin. Aan de lezer de schone taak om uit te maken of dat wat de patiënten meemaken echt is of niet.


En wie zijn er eigenlijk gek, gewelddadig en geobsedeerd? De patiënten, of de gewone mensen, zoals de arts, zijn dochter en de dichter Tennyson?



Deze recensie is ook te lezen in BOEK, maart/april 2011.

maandag 14 februari 2011

Een dief in de nacht en Fatale herkenning: twee Amsterdamse politieromans

Afgelopen zomer verschenen twee politieromans die zich in Amsterdam afspelen. Een dief in de nacht van Simon de Waal en Appie Baantjer en Fatale herkenning van Joop van Riessen.
De overeenkomsten gaan nog verder. Zowel Simon de Waal, Appie Baantjer als Joop van Riessen zijn als rechercheur werkzaam (geweest) bij de Amsterdamse politie en hebben daar het nodige gezien en meegemaakt. Beide boeken zijn duidelijk geschreven vanuit de realiteit. Niet een op een gebaseerd op waargebeurde zaken, maar de beschreven gebeurtenissen zouden wel echt gebeurd kunnen zijn. Tot slot een laatste overeenkomst. Zowel Een dief in de nacht als Fatale herkenning bezorgen de lezer veel leesplezier, ieder op een eigen manier.
Een dief in de nacht valt op door het duidelijke schrijfplezier dat de auteurs hadden tijdens het schrijfproces. Het boek zit vol met gebbetjes en andere typisch Amsterdamse humor.
Joop van Riessen is duidelijk gegroeid als schrijver. Zijn personages komen in Fatale herkenning veel beter uit de verf dan in zijn debuut Vergelding. Het zijn echte mensen geworden in plaats van bordkartonnen figuren. Dat leest een stuk prettiger.
Een dief in de nacht is het derde boek van Appie Baantjer en Simon de Waal over rechercheur Peter van Opperdoes en zijn jongere collega Jacob. Op een mistige avond klinken schoten bij het Stenen Hoofd op de Westelijke Eilanden. Van Opperdoes hoort de sirenes die hierop volgen en gaat op onderzoek uit. Een dode man op de koude stenen en een andere in de kofferbak van de auto. Niet veel later gevolgd door twee dode getuigen. Een dode had een usb-stick bij zich, die zich niet eenvoudig laat ontcijferen. Een morbide puzzel voor Van Opperdoes en Jacob om op te lossen.

Fatale herkenning speelt zich grotendeels af in Amsterdam-Oost. Mo en Robbie overvallen op gewelddage wijze een brasserie. Tijdens de overval wordt Mo herkent door Kim, een alleenstaande moeder. Hij bezorgde in een vorig leven de krant bij haar. Mo dreigt het kind van Kim te vermoorden, als ze naar de politie gaat. Desondanks schraapt Kim al haar moed bijelkaar als ze Anne Kramer opmaakt voor haar televisieoptreden bij Pauw en Witteman en vertelt haar het hele verhaal. Anne Kramer belooft haar te helpen. Helaas heeft ze er niet aangedacht dat ze horkerige collega's heeft, die ervoor zorgen dat Kim goed in de problemen komt.
Voor Mo, Robbie en hun vrienden was de overval op de brasserie slechts het begin. Wat volgt is een roes van geweld.
In vergelijking met Een dief in de nacht is Fatale herkenning iets dichter op de realiteit geschreven. Actuele gebeurtenissen uit de krant komen terug als detail/anekdote, zoals de uitwijkende vrachtwagen die bij de tramhalte een moeder en haar kinderen aanreed. Ook de overlast door Marokkaanse jongens is realistisch beschreven.
De schrijfstijl van Joop van Riessen is aanzienlijk verbeterd. Deed Vergelding nog erg staccato aan, het las soms als een politieverslag, Fatale herkenning is een stuk prettiger lezen. De zinnen zijn meer vloeiend. De personages beter uitgewerkt. Meer diepgang in het verhaal.
De gecombineerde ruime schrijfervaring van Baantjer en De Waal zorgt voor een boek dat zich heerlijk laat weglezen. Een dief in de nacht is spannend en ontspannend tegelijk. De heren weten perfect hoe ze de lezer moet amuseren, op het verkeerde been zetten en op z'n tijd laten lachen.
De lezer hoeft gelukkig niet bang te zijn, dat er na het overlijden van Appie Baantjer in augustus 2010, geen nieuwe boeken van Van Opperdoes en Jacob komen. De serie zal, op verzoek van Baantjer, voortgezet worden door Simon de Waal onder de naam De Waal & Baantjer.

Vuurtorenwachter van Camilla Läckberg: haar beste boek tot nu toe

Camilla Läckberg is een goed voorbeeld van een schrijfster waarvan ieder boek beter wordt dan het voorgaande. Haar debuut IJsprinses was weliswaar een goede thriller, maar na weging wel zeer licht bevonden. De kwaliteitsverbetering zit 'm vooral in het realisme van de personages en uitbreiding van het aantal verhaallijnen. Läckberg kiest in haar boeken voor een grotendeels vaste cast aan personages. Schrijfster Erica, haar man en politieman Patrik, de andere agenten en de hoofdcommisaris op het politiebureau, zus Anna en zwager Dan van Erica etc. In ieder deel krijgt de lezer een blik op hun veranderende leven. Deze personages lijken uit het leven gegrepen te zijn met mooie en minder mooie eigenschappen. Die ergens onderweg inzicht krijgen in zichzelf, de kans te veranderen, te herstellen of het beter te doen. Camilla Läckberg zorgt er op bewonderenswaardige manier voor dat de lezer een band opbouwt met de hoofdpersonen.
Daarnaast slaagt ze erin om keer op keer een spannend verhaal te schrijven, vaak met iets uit de actualiteit als rode draad. In Zusje was dat de reality soap. Deze keer in Vuurtorenwachter een heftiger thema: vrouwenmishandeling.
In Vuurtorenwachter lopen 2 verhalen door elkaar heen. Een speelt zich af in 1871 op het eiland Gråskär, ook wel Schimmenscheer genaamd. Een jonge vrouw heeft hier een moeilijk bestaan met haar wrede man en zijn collega vuurtorenwachter. Het enige geluk in haar leven is haar kind.
In het andere verhaal is het eiland Gråskär een toevluchtsoord voor een vrouw en haar zoontje die hier wilt bijkomen en ontsnappen aan haar man. Patrik en zijn collega's zijn druk bezig met het oplossen van een raadselachtige moord op een man, die in zijn huis werd doodgeschoten. Wethouder Erling W. Larson heeft na de catastrophe met reality soap Fucking Tanum een nieuw project gevonden in de vorm van Badis, een prestieuze spa gevestigd in een voormalig badhotel. In Denemarken probeert Madeleine met haar kinderen een nieuw leven op te bouwen. Ze hoopt dat ze eindelijk een veilige plek heeft gevonden.
Vakkundig weeft Lackberg alle draden van het verhaal tot een mooi web. Sommige draden blijken halverwege meer met elkaar verweven te zijn dan eerder gedacht. Op het einde zijn alle draden, op een na, mooi afgewerkt. En die ene losse draad blijft nog lang hangen bij de lezer, vanwege het wrange gevoel dat niet altijd alles goed komt in het leven.
Vuurtorenwachter is hiermee de beste thriller die Camilla Läckberg tot nu toe heeft geschreven.

dinsdag 18 januari 2011

Dwaalgast van Pim Faber: ruwe bolster, blanke pit

Auteur Pim Faber en hoofdpersoon Max Muizelaar in Dwaalgast lijken hetzelfde type man te zijn: ruwe bolster, blanke pit. Beide mannen hebben veel van de wereld gezien, zowel mooie zaken als dingen die het daglicht niet verdragen. Ook hebben ze alle twee in meerdere opzichten een ruwe bolster, wat betreft uiterlijk en taalgebruik. Dat laatste was wel even wennen bij het lezen van Dwaalgast. Op z'n zachtst gezegd is het nogal grof.
De blanke pit toont zich bij Pim Faber in zijn werk als verslaggever voor het tv-programma Vermist. Hij zette alles op alles om achter het lot van vermiste mensen te komen. Zijn speurtochten voerden hem over de gehele wereld. Bij Max Muizelaar is het niet veel anders. Hij blijft in Dwaalgast onvermoeibaar zoeken naar de 7-jarige Bobbie Dorenbosch, zoontje van een vriendin van Max. Zelfs als de politie hem zegt zijn onderzoek te staken, gaat hij gewoon door.
Max Muizelaar is een voormalig zeeman, die op het terrein van een jachthaven een zeemanskroeg annex restaurant en een winkel in scheepsartikelen heeft. Hij runt zijn zaken samen met een Chinese vriend waarmee hij de wereldzeeën heeft bevaren. Bij zijn zoektocht naar Bobbie wordt Max bijgestaan door deze Chinese zakenpartner, zijn familie en een vage jonge junk met geweten. Wat volgt is een adembenemende race tegen de klok. Zijn ze op tijd om Bobbie's leven te redden? De spanning wordt verhoogd door korte stukjes tussendoor van de kidnapper van Bobbie en van Bobbie zelf.
Dwaalgast is rauw en goedgeschreven. Een echte mannenthriller, zonder overbodige poespas of fijngevoeligheid. Wel jammer dat op ongeveer driekwart van het boek het voor de lezer duidelijk is wie de dader is. Dat haalt veel van de zorgvuldig opgebouwde spanning weg. Blijft nog over of Bobbie gevonden gaat worden en of hij dan in leven is of niet. In de allerlaatste alinea heeft Pim Faber nog een verrassende uitsmijter, die de lezer met een tevreden gevoel achter laat.

Verloren zoon van Lieneke Dijkzeul: een echte literaire thriller

De boeken van Lieneke Dijkzeul blijven verrassen en de kwaliteit is constant. Dit lijkt een tegenstelling maar is het niet. In haar thrillerreeks over Paul Vegter is geen minder deel te vinden. Wel zijn het vier verschillende boeken wat betreft plotontwikkeling, onderwerpen en thema's.
Aan Paul Vegter en zijn collega's Talsma, Brink en Renée in Verloren zoon de taak om de gruwelijke moorden op twee weinig sympathieke slachtoffers op te lossen. De een is een gepensioneerde militair die obsessief bezig is om zijn lichaam in topconditie te houden. Zijn vrouw beschouwt hij als een huissloof. Het andere slachtoffer is een huisarts die zich meer bekommerd om zichzelf, status en geld dan om zijn patiënten. Twee moorden in korte tijd in een kleine stad: toeval of is er een verband?
Elders in de stad wil Ferry zich ontworstelen aan het criminele web waarin hij verstrikt zit. Hij wil zijn leven weer in eigen hand nemen. Maar eerst wil hij wraak nemen.
In Verloren zoon vallen de complexe relaties op: tussen vader en zoon, man en een veel jongere vrouw, dominante man en onderdanige vrouw, vader en dochter.
De vader en de zoon raken elkaar kwijt in hun verdriet om het verlies van hun zoon/broer. Ze leven langs elkaar heen. Verachtten elkaars manier van leven zonder te zien dat ze meer delen en meer op elkaar lijken dan ze denken.
Paul Vegter heeft iets van een relatie met collega Renée. Renée is net zo oud als zijn dochter. Vegter raakt in verwarring, zonder dat hij het in eerste instantie doorheeft. De relatie gaat wringen, want welke plek neemt Renée in. Een vervangster van zijn overleden vrouw? Een nieuwe dochter? Of toch een nieuwe relatie?
Lieneke Dijkzeul analyseert deze relaties heel nauwkeurig. Zakelijk zonder kil te worden. Warm en betrokken zonder sentiment. En precies genoeg woorden, niet te veel en niet te weinig. Het lijkt wel of Lieneke Dijkzeul alle woorden en zinnen zorgvuldig op een weegschaaltje weegt alvorens ze op te schrijven.
Er zijn thrillerauteurs die zo mooi schrijven dat de plot, het pageturnergehalte en de bijbehorende spanning in gevaar komt. Gelukkig is daar bij Lieneke Dijkzeul geen sprake van.
Verloren zoon roept een dubbele reactie op bij de lezer. Enerzijds snel door het verhaal heen willen jagen om te weten hoe het verder gaat. Anderzijds genieten van de mooie observaties, beschrijvingen en het taalgebruik.
Verloren zoon is een spannende goedgeschreven, echte literaire thriller. Het zou mooi zijn na de vele nominaties voor haar eerdere boeken als Lieneke Dijkzeul voor Verloren zoon een mooie prijs in ontvangst zou kunnen nemen: de Gouden Strop of de Diamanten Kogel. Het boek verdient het zeker.

donderdag 13 januari 2011

Julia van Anne Fortier: gesmuld van de intriges en geheimen

De roman Julia van Anne Fortier combineert een aantal persoonlijke favorieten: Italië, Toscane, middeleeuwen, geschiedenis en een goed geschreven spannend verhaal. Anne Fortier heeft een intrigerende roman geschreven die zich deels in de 21e en deels in de 14e eeuw afspeelt. Op een knappe manier vervlecht ze de verhaallijnen tot een vloeiend doorlopend verhaal.
In de 21e eeuw gaat de Amerikaanse Julie Jacobs op zoek naar haar wortels én de erfenis van haar moeder die zich ergens in Siená moeten bevinden. In een kistje met oude papieren vindt ze brieven en een dagboek. Het dagboek begint in 1340 in Siena en vertelt het verhaal van Giulietta Tolomei. Hoe ze verliefd wordt op Romeo Marescotti. Hoe ze als enige van haar familie een aanval van de Salimbeni's overleeft. En hoe ze gedwongen wordt te trouwen met een lid van de Salimbeni familie. Het valt Julie op dat het verhaal wel veel overeenkomsten bevat met Shakespeare's Romeo and Julia. Wie heeft het verhaal van Romeo en Julia bedacht? En hoe zit het met de afkomst van Julie? Is zij een Tolomei, een Salimbeni? Veel tijd om er over na te denken heeft ze niet, ze ontdekt al snel dat niet iedereen in Siena wil dat de geheimen uit het verleden worden opgerakeld.
Julia is een mooi en vlot geschreven verhaal. Wel ingewikkeld, een paar keer moeten teruglezen omdat ik de draad kwijtgeraakt was. Treffende sfeerbeschrijvingen. Goede dialogen. Het eerste gesprek tussen Romeo en Giulietta in 1340 is prachtig. Wat er gezegd wordt en wat vooral niet.
Wel een minpuntje. Zowel de delen die zich in de 14e eeuw als in de 21e eeuw afspelen hebben dezelfde taal/schrijfstijl. Dit geeft een anachronistisch gevoel. Ik had bij de 14e eeuwse delen toch meer 'middeleeuws' taalgebruik verwacht: plechtigere zinnen, andere woorden etc.
Desondanks heb ik wel gesmuld van de Italiaanse en middeleeuwse intriges en geheimen.
Vreemd trouwens dat Julia nadrukkelijk een roman genoemd wordt op het omslag. Het verhaal is zo spannend en plotgedreven dat het net zo goed het label 'literaire thriller' of 'historische thriller' zou kunnen dragen.

dinsdag 11 januari 2011

Wel gelezen, niet gerecenseerd

Naast mijn bureau ligt een stapeltje boeken die ik het afgelopen jaar heb gelezen. Het is mij niet gelukt om deze te recenseren. En ik vrees dat het ook niet meer gaat gebeuren. Mijn oplossing? Deze blog waarin ik alle niet gerecenseerde boeken van 2010 noem en in het kort mijn mening erbij. Een soort mini-recensie.

Henk Rijks, De kostwinner
Wat een naar mannetje is Tonk van Lexmond. Gelukkig is het boek De kostwinner wel oké. Goed geschreven, mooi tijdsbeeld.

Felix Thijssen, Het diepe water
Gemengde gevoelens. Niet z'n beste thriller toch onverwacht goed einde. Psychologische thriller. Sommige handelingen van hoofdpersoon zijn ongeloofwaardig. Goed geschreven met hier en daar een welkom spatje humor. Achterflaptekst was erg veelbelovend.

Jens Lapidus, Bloedlink
Bloedlink = bloedspannend. Verrassende twist in de staart. Wow wat kan die man schrijven. Bloedlink was erg moeilijk weg te leggen. Hopen dat het derde boek snel volgt!

Esther Verhoef, Dejá vu
Esther Verhoef slaagt er wederom in om een spannende goedgeschreven thriller af te leveren. Dejá vu zet de lezer met de verrassende plotwendingen steeds op het verkeerde been. Spanning bouwt gestaag op. Omslag opvallend mooi vormgegeven.

Leslie T. Chang, Fabrieksmeisjes
Wat een fascinerend boek. Mijn beeld van China is op de kop gezet. En het boek was al dwars (nl. een dwarsligger). Een echte eye opener over het moderne China. Chang vertelt een indringend verhaal over ambitieuze meisjes in China die vastbesloten zijn hoger op te komen.

Mons Kallentoft, Zomerengel
Een aanrader. Beslist geen standaard Zweedse thriller. Stijgt er boven uit. Een bijzonder verhaal. Opvallend: het verhaal speelt zich midden in de zomer af. Geen sneeuw maar een zinderende zomerhitte.